‘U denkt natuurlijk dat ik deze titel voor de lol heb gekozen. Ik dacht het zelf ook, tot ik begon te denken over wat ik u zou vertellen over het taalgebruik van Latijns-Amerikaanse schrijvers zoals de Colombiaan Gabriel García Márquez.
Ik zag hem in een documentaire
tijdens het grote vallenatofestival in Valledupar, in het binnenland van
Noord Colombia. Ik ben er zelf nooit geweest, maar het moet een fantastisch
muziekfeest zijn met wedstrijden voor accordeon en geïmproviseerde
liedteksten. Márquez was jurylid en moest het mooiste lied kiezen.
Daarna zag ik hem dansen, met zijn vrouw Mercedes natuurlijk. Ooit droomde
ik dat ík een dansje met hem maakte, en ik heb ook al eens gedroomd
dat Julio Cortázar, reeds overleden een Argentijnse schrijver van
wie ik een roman heb vertaald, Nederlands sprak. Waartoe een dergelijke
intimiteit te wensen met deze schrijvers? Is vertalen soms geen dienstverlening
door een tussenpersoon die toevallig, of niet zo toevallig, beide talen
min of meer goed beheerst en zich soepeltjes van de ene in de andere beweegt,
dus een afstandelijke, technische aangelegenheid? Voor mij niet, en misschien
heeft dat wel van alles te maken met het thema dat hier vandaag aan de
orde wordt gesteld over het Spaans van Spanje en dat van Latijns-Amerika.
Als kind heb ik thuis spelenderwijs de taal van Spanje geleerd, omdat mijn
vader uit de noordelijke regionen van dat land kwam, - waar overigens een
volstrekt andere taal wordt gesproken, maar daar gaat het vandaag niet
over. Het eerste wat ik leerde van die taal was de muziek, ik ‘zong’ na
wat ik de Spaanstaligen aan tafel hoorde maken, en pas een jaartje later
of zo, begreep ik wat er gezegd werd. Begin zeventig was ik
op bezoek in Madrid en vertelde enthousiast aan een bevriende boekhandelaar
dat ik, na een roman van Camilo José Cela, nu literatuur uit Latijns-Amerika
vertaalde. De reactie was tot mijn ontsteltenis buitengewoon afkeurend,
pero hija, y por qué a latinoamericanos, si tenemos a tantos buenos
escritores aquí en España!? Inderdaaad stonden er bitter
weinig Latijns-Amerikaanse auteurs bij hem in de schappen, maar dat panorama
is gelukkig grondig veranderd. In die tijd sprak ik nog ‘gewoon’ Spaans,
castizo, want boeken hoor je niet en de melodie van het Spaans uit al die
andere landen kende ik nog niet. Maar na de eerste reis naar Zuid-Amerika
kwam daar een radikale verandering in, en in de loop der jaren heb ik op
het gehoor talloze manieren van spreken leren onderscheiden: zet een stel
Hispanohablantes op een rij, laat ze praten en ik zal u vertellen waar
ze vandaan komen. (Een beetje overmoedig misschien, maar in grote lijnen
zal het wel lukken).
Mijn eigen Spaans is daardoor ook flink dooreengeklutst: ik ben zelf een prima voorbeeld van een tortilla hispanohablante geworden, zowel op het gebied van de klank als op die van het taalgebruik, en in Spanje is me wel door een enkel familielid verzocht ‘de sacarme ese horrible acento latinoamericano’.
Daarom past de titel van dat dansje wel goed: al dansend, en zeker met een goede partner, vergeet je namelijk (bijna) alles en geef je je over aan het ritme van het moment, omdat dát het belangrijkste is, Colombiaans, Argentijns, Spaans, Mexicaans, met mij kun je alle kanten op. Gewoonlijk ben ik maanden bezig met één roman uit één bepaald land. Maar in de eerste twee maanden van dit jaar heb ik toevallig korte dingen uit allerlei landen vertaald: drie Mexicaanse verhalen, een dertigtal Cubaanse gedichten, één gedicht van de Chileen Neruda, teksten van een Hondurees als impressies bij foto´s van zijn land. En ik heb ook nog een fragment moeten bekijken uit het boek van de Spanjaard Fernando Savater: El valor de educar.
Wat maakt nu een Spaanse tekst Mexicaans of Colombiaans? Hoe onderscheid je dat je met Cubanen of Hondurezen te maken hebt? Ik weet niets van percentages, maar het grootste deel van de Latijns-Amerikaanse literaire geschriften is wat je noemt algemeen beschaafd Spaans. Het karakteristieke voor elk land zit, nog afgezien van grammaticale afwijkingen, maar dat is het terrein van linguisten, in kleine dingen zoals geografische namen: een van de Mexicaanse verhalen is gelokaliseerd in het parque Chapultepec in Mexico City. Wat doe ik daarmee? Ik ken de naam van het park, maar de lezer van het tijdschrift de Tweede Ronde, waarvoor ik dit verhaal vertaal…? Ik besluit een noot onderaan de pagina toe te voegen omdat het park een hoofdrol speelt in het verhaal.
In de teksten van de Hondurees
vind ik namen van mij onbekende vruchten, bomen en inheemse volkeren: een
caimito, een jocota (vruchten), een paterna (boom), inheemse volken die
de Chortís, de Tolupanes, Garífunas en de Pechs heten. Ik
besluit de schrijver om tekst en uitleg te vragen. Die wil het liefst al
die namen in het Spaans laten staan, vanwege hun mooie klank! Dat vind
ik heel sympathiek en legitiem, maar toch wel problematisch: ík
kan die namen wel lezen en genieten van hun klank en hun vorm, zonder de
betekenis te kennen, maar een niet Spaanssprekende lezer breekt zijn tong
en verliest wellicht zijn belangstelling. Bovendien krijgen we nu de volgende
opsomming: Watermeloen, ananas, sinaasappel, grapefruit, citroen, banaan,
moroca, butuco, papaja, granaatappel, chan, morro.
Het grappige is dat je heel
vertrouwde vruchten ziet, meloen, grapefruit, en een enkele die bezig is
ons land te veroveren, granaatappel en papaja, en ook nog wat namen die
geen mens kent, chan, morro. Omdat het in dit geval gaat om teksten bij
foto´s, plus het verzoek van de schrijver zelf, laat ik het voorlopig
maar zo. Het liefst zou ik nog veel langer willen doorzoeken om tenminste
de Latijnse namen van al die biologica te achterhalen, en ze allemaal in
een lijstje achterin op te nemen. In bijna alle boeken die ik heb vertaald,
staat achterin een verklarende woordenlijst, met namen van personen, plaatsen,
veldslagen, typische schotels of hapjes, dierennamen, planten etc etc,
termen die onvertaalbaar zijn, maar naar mijn idee van belang voor de lezer
en zijn leesgenot.
Maar dit gaat allemaal over
de onvertaald gebleven woorden, een kleine minderheid. Hoe zit het met
de rest van al die duizenden woorden die een boek bevat?
In de duizeling van de dans
die een goedgeschreven roman voor mij is, vergeet ik wat ook al weer de
officiële grammatica regels zijn. Het is bovendien erg belangrijk
om ons te realiseren dat er een reusachtig verschil bestaat tussen het
gebruik van de taal door, bijvoorbeeld, een jurist die een rapport schrijft,
en een literair auteur. Voor deze laatste is de taal zijn werkmateriaal,
waar hij vrijelijk, naar eigen inzicht gebruik van maakt om een roman of
een gedicht te fabriceren. Terwijl de jurist is gebonden aan vaktermen,
en zijn taal aan afspraken: hij móet zijn ideeën verwoorden
volgens de juridische clichés. De vrije schrijver probeert de dingen
juist op eigen wijze, net even anders dan anders te zeggen, de clichés
omver te schoppen. Daarom is het ook zo spannend om hem te vertalen, mee
te gaan in zíjn taal, zijn ideeën, zijn dans.
Nu ga ik terug naar mijn
partner Márquez. Ik zal allerlei zinnetjes voorlezen in het Spaans
en in mijn Nederlandse vertaling, om voorbeelden te geven van de ‘Colombiaansheid’
van Márquez, zoals die tot uiting komt in het gebruik van bepaalde
termen, maar ook in zijn stijl, de manier waarop hij zijn zinnen bouwt,
de combinaties van woorden. (Of u het met me eens bent, hoor ik wel aanhet
eind van mijn verhaaltje.) De voorbeelden komen uit de roman El amor en
los tiempos del cólera – Liefde in tijden van cholera, een roman
over een man, Florentino Ariza, die in zijn jeugd dodelijk verliefd is
geworden op Fermina Daza, maar zij krijgen elkaar pas als ze allebei bejaard
zijn.
Ik moet u trouwens ook meteen waarschuwen dat het opnieuw bekijken van je eigen vertaling van zoveel jaar geleden (1986 in dit geval) niet zonder risico is: voor de vertaling, omdat ik er dingen in aantref die ik graag zou veranderen, maar ook voor mezelf omdat ik fouten ontdek die me het schaamrood op de kaken jagen zoals u straks zult zien.
(13 - 7) (de dokter vindt het lichaam van een goede vriend die zelfmoord heeft gepleegd met cyaankali)
‘Encontró el cadáver cubierto con una manta en el catre de campaña donde había dormido siempre, cerca de un taburete con la cubeta que había servido para vaporizar el veneno.’ Een bijna poëtische zin in het Spaans, maar in het Nederlands moet je veren laten, hoewel het eerste deel van de zin nog wel mooi is: “Hij vond het met een deken bedekte lijk op het veldbed waarop hij altijd had geslapen, vlak bij een krukje met de bak die had gediend om het gif in te laten verdampen.” Krukje met de bak, un taburete con la cubeta: ik weet zeker dat ik indertijd niet heb willen vertalen: een krukje met een bakje erop, en dat ik soms het Nederlands vervloek om al die kortheid van eenlettergrepige woorden!
(17 -12) ‘En el escritorio, junto a un tarro con varias cachimbas de lobo de mar, estaba el tablero de ajedrez con una partida inconclusa.’
“Op het bureau, naast een pot met verschillende zeerobbenpijpen, lag het schaakbord met een onafgemaakte partij erop.” Een cachimba is in Lat. Am. een pijp en het is een woord dat, volgens de woordenboeken, van Afrikaanse origine is. Voor lobo de mar past hier prachtig een zeerob, en nu maar hopen dat iedereen begrijpt wat een zeerobbenpijp is.
(88 - 98) (de volgende scene speelt zich af in een hotel met kamertjes met muren van bordkarton met gaatjes erin) ‘Se hablaba de fisgones a quienes les habían vaciado un ojo con agujas de tejer, de otro que reconoció a su propia esposa en la que estaba espiando, y de caballeros de alcurnia que entraban disfrazados de verduleras para desfogarse con los contramaestres de paso, y de tantos otros percances de aguaitadores y aguaitados, que la sola idea de asomarse al cuarto contiguo le resultaba pavorosa a Florentino Ariza.’
Aguaitar is volgens het ethymologische woordenboek van Corominas alleen nog gebruikelijk in Latijns-Amerika en betekent: op de loer liggen. Ik ken het inderdaad heel goed uit Peru, in de betekenis van loeren, eens even gaan kijken, neuzen, spionneren bijna.
“Er werd gesproken over loerders wie een oog was uitgestoken met breinaalden, over iemand die zijn eigen echtgenote herkende in de vrouw die hij bespioneerde en over heren van stand die als groentevrouwen vermomd binnenkwamen om zich met passerende bootsmannen af te geven, en over zoveel andere wederwaardigheden van gluurders en begluurden dat Florentino Ariza alleen al het idee om zich in het buurkamertje te vertonen angstaanjagend vond.”
(94 -105) ‘Trastornado por la dicha, Florentino Ariza pasó el resto de la tarde comiendo rosas y leyendo la carta, repasándola letra por letra una y otra vez y comiendo más rosas cuanto más la leía, y a media noche la había leído tanto y había comido tantas rosas que su madre tuvo que barbearlo como a un ternero para que se tragara una pócima de aceite de ricino.’
“Dolgelukkig zat Florentino Ariza de rest van de middag rozen te eten en de brief te lezen, hem letter voor letter nog eens en nog eens nalezend en steeds meer rozen etend, hoe vaker hij hem las, en om middernacht had hij hem zo vaak gelezen en had hij zoveel rozen gegeten dat zijn moeder hem als een kalf bij de hoorns moest grijpen en hem op de grond leggen, om te zorgen dat hij een slok wonderolie naar binnen kreeg.”
Barbear wordt (volgens het Diccionario de Americanismos van Alfredo Neves) gebruikt in Colombia, Cuba, Mexico en Venezuela en betekent in de eerste plaats: Derribar una res, cogiéndola del hocico y un cuerno, dus een rund bij de kop en één hoorn pakken en op de grond leggen. Maar horde ik net niet: bij de hoorns grijpen? Ziet u hoe gevaarlijk dit werk voor een vertaler is? Barbear is maar bij één hoorn vatten…, en bovendien heeft een kalf amper nog hoorns…. Dus ‘op de grond leggen’ was in dit geval voldoende geweest.
(118 –135) ’… y un sancocho de tres carnes hirviendo en el fogón’.
“en er stond een stoofpot met drie soorten vlees op het vuur te pruttelen”. Ik heb hier met ‘stoofpot’ de inhoud bedoeld en niet een ijzeren pot, want sancocho is een ‘guiso de carne suculento, con caldo, verduras y legumbres’, oftewel een pot au feu. In Van Dale Sp-Ned staat: sancochar – halfgaar koken, maar ik vraag me af of dat correct is. Dit woord komt oorspronkelijk uit Peru en is de gewone term voor koken, papas sancochadas zijn gekookte aardappelen, en stamt van het quechua sankkuchiy. In andere landen betekent het ook nog mengen, un sancocho kan ook heel goed verwijzen naar een toestand, een probleem waarin je verwikkeld bent geraakt, en sancochar algo is ook iets vóórkoken, voorbereiden.
(135 – 156) Nu volgt de schildering van een scène op de markt met bijbehorende herrie: (Fermina Daza) ‘Se sumergió en la algarabía caliente de los limpiabotas y los vendedores de pájaros, de los libreros de lance y los curanderos y las pregoneras de dulces que anunciaban a gritos por encima de la bulla las cocadas de piña para las niñas, las de coco para los locos, las de panela para Micaela.‘
“Ze dook (onder) in het warme, verwarde geschreeuw van schoenpoetsers en vogelverkopers, tweedehands boekverkopers en kruidendokters en snoepverkoopsters die luidkeels, boven het lawaai uit, hun snoep aanprezen, koek met ananas voor meisjes uit de eerste klas, koek met kokos voor de jongens uit het bos, koek met stroop voor de kleine Joop.” Boven het lawaai uit dus die marktrijmpjes, waarvan ik eerlijk gezegd nu niet zo onder de indruk ben in het Nederlands. Natuurlijk wilde ik het soort koekjes handhaven, met ananas en kokos, want ten slotte speelt deze scene zich in een subtropische atmosfeer af, en dat zijn de vruchten die daar veel voorkomen. Maar als ik die rijmpjes nu lees vind ik ze in het Nederland te lang. Daar zou de vertaler nog eens even goed over moeten nadenken.
Curandero heb ik hier met kruidendokter vertaald, terwijl ik het in andere boeken heb opgenomen in de woordenlijst, omdat het eigenlijk een genezer, bijna een soort sjamaan is. Maar hier op de markt is het ongetwijfeld iemand die kruiden en allerlei andere geneeskrachtige dingen verkoopt.
(233 - 272) Een woord waaraan je een Colombiaan kunt herkennen: ‘No sabes la vaina en que te has metido conmigo,’ gritaba muerta de risa.’
“Je weet niet in wat voor wespennest je je hebt gestoken met mij,’ schreeuwde ze stikkend van het lachen”. Vaina is: toestand, gedoe, puinhoop, wespennest (wel een erg net woord); ook: een ding, in de zin van: geef dat ding eens even.
(297 - 350) ‘Pero cuando construyeron el templo del seminario conciliar en (el barrio de) La Manga, con playa privada y cementerio propio, ya no volvieron a la catedral sino en ocasiones muy solemnes.’ En met deze zin gingen we dus onderuit! Let u op: “Maar toen de kerk van het conciliair seminarie in La Manga was gebouwd, met een privé-strand en een eigen kerkhof, gingen ze alleen nog bij heel plechtige gelegenheden naar de kathedraal.” (wie het weet mag het zeggen, wat klopt hier niet?) Ik ben er weer ingestonken, in de playa de estacionamiento: een kerk met een privéstrand? Tot mijn diepe schaamte ontdek ik dat ik playa niet met parkeerterrein heb vertaald, maar met strand!!!
(341 - 402) Una de las preocupaciones recurrentes del tío León XII era que la navegación fluvial no pasara a manos de los empresarios del interior vinculados a los consorcios europeos. ‘Este ha sido siempre un negocio de matacongos,’ decía. ‘Si lo cogen los cachacos se lo vuelven a regalar a los alemanes.’ Het gaat hier om de woorden matacongos en cachacos.
“Een van de steeds terugkerende zorgen van oom León XII was dat de riviervaart niet in handen van de ondernemers uit het binnenland zou overgaan, die banden hadden met Europese consortiums. ‘Dit is altijd een onderneming van kustbewoners geweest,’ zei hij. ‘Als de cachacos haar in handen krijgen, geven die haar weer cadeau aan de Duitsers.” Matacongos heb ik vertaald met kustbewoners, en de cachacos zijn blijven staan en met een noot verklaard onder aan de bladzijde: despectief voor mensen uit het binnenland van Colombia, met name Bogotá. Ik kan niet meer achterhalen waar ik de betekenis van matacongos heb gevonden, of wie me die heeft verteld. Congos slaat op negerslaven (o.a.uit de Congo). Ik heb niet gekozen voor een ‘creatieve’ oplossing als ‘slavendoders’ of iets in die geest. In een geval als dit is het jammer dat je Márquez zelf niet kunt raadplegen om erachter te komen of dit woord letterlijk zou moeten worden vertaald, of dat de betekenis versleten is en ‘kustbewoner’ de essentie is geworden. Stel je voor dat je ‘ploertendoder’ letterlijk zou vertalen met ‘matacojonudos’, omdat je niet weet dat het hele woord op schiettuig slaat!
Om te eindigen vond ik een heel wijs zinnetje bij Márquez, waarmee hij als het ware vooruitloopt op de ‘vaina’ of de quilombo of de desmadre die hier in de loop van deze dag nog kan ontstaan in het vuur van het debat over de verschillende takken aan de Spaanse boom: (310 - 365) ‘Ella hablaba un buen castellano, con una piedrecita en la sintaxis cuyos tropiezos frecuentes aumentaban su gracia.’
“Zij sprak goed Spaans, met
een steentje in haar grammatica waar ze vaak tegenaan botste, hetgeen haar
charme vergrootte.”