1a JORNADA DE TRADUCTORES DE ESPAÑOL EN HOLANDA
organizado por el Algemeen Spaans Adviesbureau
Volver a la página principal  Fotos   Siguiente conferencia
 Van Anne Frank tot Connie Palmen.
50 jaar Nederlandse literatuur in Spaanse vertaling
Stella Linn
Coordinadora de la especialidad de traducción, Universidad de Groninga


1. Inleiding

Als het in Spanje over Nederlandse literatuur gaat, klagen Spaanse recensenten vaak dat ze hooguit één of twee vertegenwoordigers van onze literatuur kennen. Iedereen kent Anne Frank, maar daarna stokt het vaak: Cees Nooteboom wordt nog wel eens genoemd, en een enkele keer Hella Haasse, Hugo Claus of Harry Mulisch.

Nu zijn er het afgelopen decennium twee internationale evenementen gehouden waarin de Nederlandstalige literatuur centraal stond:

Dat er maar weinig Spanjaarden bekend zijn met Nederland en België als exporteur van literatuur, hangt natuurlijk nauw samen met het vertaalbeleid: als er geen Spaanse vertalingen beschikbaar zijn, kunnen die ook niet populair worden. Daarom ben ik in een aantal bibliografieën van vertaalde Nederlandstalige werken nagegaan wat er in het Spaans is vertaald. Daarbij heb ik 1945 als startpunt genomen. Om de vijf jaar ben ik telkens in een peiljaar (dus 1945, '50, '55 enzovoorts) nagegaan wat er uit ons taalgebied in Spaanse vertaling is verschenen. Verder heb ik als extra jaren het Buchmesse-jaar 1993 bekeken, en 1968, dat vijfentwintig jaar vóór dit evenement viel.

Ik wil zo meteen iets van mijn bevindingen laten zien, en daarna wil ik ingaan op de vraag hoe het komt dat de vertaalde Nederlandstalige literatuur in Spanje zo'n bescheiden positie inneemt. Presenteren Nederland en Vlaanderen zich als literatuurproducent wel goed? Hoe denken uitgevers in Spanje over ons taalgebied? Op welke wijze zouden we de aantrekkelijkheid van onze literatuur voor Spaanse uitgevers kunnen verhogen, kortom: hoe kunnen we onszelf beter verkopen?
 

2. 1945-1995 in vogelvlucht
Dit is een staafdiagram van de Nederlands-Spaanse vertalingen vanaf 1945 tot en met 1995 met tussenpozen van vijf jaar. Ik heb niet alleen gekeken naar literatuur, maar ook naar andere genres, zodat duidelijk wordt welke plaats de literatuur in het hele spectrum inneemt.

(Onder de noemer 'diversen' vallen hier de volgende categorieën: kunst, land- en volkekunde, taal- en letterkunde, geschiedenis, economie en hobby.)

Zoals we kunnen zien wordt er tot 1960 nauwelijks iets vertaald. In 1945, '50 en '55 verschijnen samen slechts zes vertalingen, waaronder een eerste Spaanse uitgave van het meest vertaalde Nederlandstalige boek aller tijden, het dagboek van Anne Frank. Vanaf 1960 begint het aantal vertalingen iets aan te trekken. In '68 valt er een uitschieter te zien en daarna daalt het aantal vertalingen weer gestaag. In de jaren '90 lijkt er een lichte opleving te constateren, maar dat is schijn: de totale titelproductie groeit, dus relatief gezien neemt het percentage vertalingen  af.

Wat de inhoud van de werken betreft: in de jaren '60 maken theologische publicaties het leeuwendeel van het totale aantal vertalingen in het Spaans uit. Hoe komt dat? Dat heeft te maken met de voortrekkersrol die Nederland in die tijd vervulde in de veranderingen binnen de katholieke kerk. De kerk was sinds het Tweede Vaticaans Concilie bezig met een moderniseringsproces, en ons land liep daarin internationaal voorop. Nederlandse theologische boeken werden ook in andere landen veel vertaald. In 1968 bereikt deze tendens een hoogtepunt. Daarnaast komt vanaf 1970 een ander genre op: kinder- en jeugdliteratuur. De laatste jaren wordt de hoofdmoot van de Nederlands-Spaanse vertalingen uitgemaakt door literatuur, zowel voor volwassenen als voor kinderen (o.a. stripboeken).
 

3. De jaren negentig
Hier wil ik iets laten zien van de ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar. Voor 2000 zijn nog geen gegevens beschikbaar, en ik moet er ook bijzeggen dat de cijfers voor de laatste jaren nog iets kunnen oplopen, omdat waarschijnlijk nog niet alle titels geregistreerd zijn (dit gebeurt door de Koninklijke Bibliotheek).

(De term 'diversen' dekt hier de volgende categorieën: geschiedenis, kunst, hobby, economie, taal- en letterkunde, land- en volkenkunde en sociale wetenschappen).

In de eerste helft van de jaren '90 valt er in vertaalopzicht weinig te beleven. Er verschijnen gemiddeld nog geen twintig nieuwe vertalingen per jaar, vooral literair proza. Vergeleken met de zestiger jaren komt er een heel ander beeld naar voren. De indringende maatschappelijke en religieuze vragen die in die tijd voor een hausse aan vertalingen zorgden, zijn niet meer aan de orde. In de tweede helft van de jaren '90 zakt de vertaalmarkt helemaal in. Concreter: in de drie jaar na de Liber '95-manifestatie, 1996 t/m 1998, zijn er in totaal nog geen veertig vertalingen uitgekomen. Dat is evenveel als in het ene jaar 1968, terwijl de totale titelproductie in Spanje sinds die tijd 2½ keer zo groot is geworden (van ca. 20.000 in 1968 naar rond de 50.000 in de jaren negentig). Verhoudingsgewijs was het percentage Nederlands-Spaanse vertalingen in 1968 dus zes keer zo hoog als dertig jaar later. Het lijkt er dan ook op dat de Buchmesse en vooral Liber voor het Nederlandse taalgebied geen enkel positief effect hebben gehad.
 

4. Motieven voor publicatie
Hoe komt het nu dat het aandeel van onze vertaalde werken in Spanje zo beperkt blijft, en wat is daar aan te doen?
Je zou je natuurlijk kunnen afvragen of de Nederlandse literatuur wel interessant genoeg is, of het soms ontbreekt aan kwaliteit. Dat lijkt niet zo voor de hand te liggen; in Duitsland bijvoorbeeld is de Nederlandse literatuur de laatste jaren een groot succes. Wel zou het kunnen dat onze literatuur in Spanje niet zo'n herkenbaar eigen gezicht heeft, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Scandinavische literatuur.

Er is een paar jaar geleden door Marjan Oostenbrink een klein onderzoek gedaan naar de criteria die Spaanse uitgevers van uit het Nederlands vertaalde literatuur hanteren bij het al of niet publiceren van een vertaling. Uit dat onderzoek komen, naast de literaire kwaliteit, een aantal factoren naar voren.

 
5. Informatie en waardering
Wat is er nu te doen aan die zwakke uitstraling van de Nederlandstalige literatuur in Spanje? Je zou aan een paar punten kunnen denken:

Aan de andere kant wordt er wel aan verbetering van de vertaalkwaliteit gewerkt. Zo zijn er de laatste jaren, onder meer aan de Universidad Autónoma in Madrid, vertalers opgeleid die rechtstreeks uit het Nederlands kunnen vertalen (tegenwoordig een vrij algemene eis bij de meeste uitgeverijen). Professionele vertalers krijgen vaak ook ondersteuning van het Produktiefonds. Verder wordt er binnen uitgeverijen steeds vaker met een revisiesysteem gewerkt, waarbij de vertaling nog een keer gecheckt wordt. Bovendien zijn de hulpmiddelen de laatste jaren natuurlijk sterk verbeterd, wat ook de kwaliteit ten goede komt.
 

6. Conclusie
Dus, hoe komt het nu dat de Nederlandstalige literatuur in Spaanse vertaling al jaren zo'n marginale positie inneemt? Een duidelijk antwoord op deze vraag heb ik niet gevonden, want aan de belangrijkste randvoorwaarden is in feite voldaan: de informatievoorziening aan uitgevers is toereikend; er zijn in veel gevallen subsidies beschikbaar; er is voldoende Neder-landstalige literatuur van goede kwali-teit, die althans bewezen heeft ook in andere talen succesvol te zijn; er zijn tegenwoordig goed opgeleide Spaanse vertalers uit het Nederlands - niet veel maar, naar het zich laat aanzien, vooralsnog genoeg voor de vraag die er is.

Iets waar nog wél behoefte aan lijkt te bestaan is een duidelijkere profilering van onze literatuur in Spanje, maar hoe bereik je dat? Het Produktiefonds heeft plannen om een literatuur-geschiedenis van het Nederlands voor de buitenlandse markt te laten vertalen, zodat uitgevers en recensenten een referentiepunt hebben. Het zou zinvol zijn om zo'n boek ook in het Spaans uit te brengen en in brede kring te verspreiden. Een ander punt is dat Nederlandstalige auteurs zelf een grotere rol kunnen spelen bij de promotie van hun boeken, zoals Nooteboom. Het ligt echter niet voor de hand dat zij massaal naar Spanje zullen trekken om uitgevers en media ter plekke te woord te staan. Wachten op een internationaal prestigieuze prijs dan?, nog een factor die de belangstelling kan aanzwengelen. Dat kan echter lang duren. Ondersteuning voor een betere financiële positie van vertalers in Spanje? Dat zou zeker helpen, maar ook zo'n beleid is lange-termijn-werk. Bovendien heeft Liber '95 geen follow-up gekregen in Spanje: permanente promotie van onze literatuur wordt te duur gevonden.

Helaas moet ik, geheel tegen mijn aard in, dan ook pessimistisch eindigen: als een Nederlandstalige auteur niet snel de Nobelprijs in de wacht sleept,  voorzie ik dat de kennis van onze literatuur bij het Spaanse publiek beperkt zal blijven tot El diario de Ana Frank.

 
 Arriba