Als het in Spanje over Nederlandse literatuur gaat, klagen Spaanse recensenten vaak dat ze hooguit één of twee vertegenwoordigers van onze literatuur kennen. Iedereen kent Anne Frank, maar daarna stokt het vaak: Cees Nooteboom wordt nog wel eens genoemd, en een enkele keer Hella Haasse, Hugo Claus of Harry Mulisch.
Nu zijn er het afgelopen decennium twee internationale evenementen gehouden waarin de Nederlandstalige literatuur centraal stond:
2. als vervolg daarop Liber '95. Liber is de grootste boekenbeurs die in Spanje gehouden wordt, en die stond in 1995 in het teken van het Nederlandse taalgebied om dat na de Buchmesse verder te promoten.
Ik
wil zo meteen iets van mijn bevindingen laten zien, en daarna wil ik ingaan
op de vraag hoe het komt dat de vertaalde Nederlandstalige literatuur in
Spanje zo'n bescheiden positie inneemt. Presenteren Nederland en Vlaanderen
zich als literatuurproducent wel goed? Hoe denken uitgevers in Spanje over
ons taalgebied? Op welke wijze zouden we de aantrekkelijkheid van onze
literatuur voor Spaanse uitgevers kunnen verhogen, kortom: hoe kunnen we
onszelf beter verkopen?
2. 1945-1995 in
vogelvlucht
Dit
is een staafdiagram van de Nederlands-Spaanse vertalingen vanaf 1945 tot
en met 1995 met tussenpozen van vijf jaar. Ik heb niet alleen gekeken naar
literatuur, maar ook naar andere genres, zodat duidelijk wordt welke plaats
de literatuur in het hele spectrum inneemt.

Zoals we kunnen zien wordt er tot 1960 nauwelijks iets vertaald. In 1945, '50 en '55 verschijnen samen slechts zes vertalingen, waaronder een eerste Spaanse uitgave van het meest vertaalde Nederlandstalige boek aller tijden, het dagboek van Anne Frank. Vanaf 1960 begint het aantal vertalingen iets aan te trekken. In '68 valt er een uitschieter te zien en daarna daalt het aantal vertalingen weer gestaag. In de jaren '90 lijkt er een lichte opleving te constateren, maar dat is schijn: de totale titelproductie groeit, dus relatief gezien neemt het percentage vertalingen af.
Wat
de inhoud van de werken betreft: in de jaren '60 maken theologische publicaties
het leeuwendeel van het totale aantal vertalingen in het Spaans uit. Hoe
komt dat? Dat heeft te maken met de voortrekkersrol die Nederland in die
tijd vervulde in de veranderingen binnen de katholieke kerk. De kerk was
sinds het Tweede Vaticaans Concilie bezig met een moderniseringsproces,
en ons land liep daarin internationaal voorop. Nederlandse theologische
boeken werden ook in andere landen veel vertaald. In 1968 bereikt deze
tendens een hoogtepunt. Daarnaast komt vanaf 1970 een ander genre op: kinder-
en jeugdliteratuur. De laatste jaren wordt de hoofdmoot van de Nederlands-Spaanse
vertalingen uitgemaakt door literatuur, zowel voor volwassenen als voor
kinderen (o.a. stripboeken).
3. De jaren negentig
Hier
wil ik iets laten zien van de ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar.
Voor 2000 zijn nog geen gegevens beschikbaar, en ik moet er ook bijzeggen
dat de cijfers voor de laatste jaren nog iets kunnen oplopen, omdat waarschijnlijk
nog niet alle titels geregistreerd zijn (dit gebeurt door de Koninklijke
Bibliotheek).

In
de eerste helft van de jaren '90 valt er in vertaalopzicht weinig te beleven.
Er verschijnen gemiddeld nog geen twintig nieuwe vertalingen per jaar,
vooral literair proza. Vergeleken met de zestiger jaren komt er een heel
ander beeld naar voren. De indringende maatschappelijke en religieuze vragen
die in die tijd voor een hausse aan vertalingen zorgden, zijn niet meer
aan de orde. In de tweede helft van de jaren '90 zakt de vertaalmarkt helemaal
in. Concreter: in de drie jaar na de Liber '95-manifestatie, 1996 t/m 1998,
zijn er in totaal nog geen veertig vertalingen uitgekomen. Dat is evenveel
als in het ene jaar 1968, terwijl de totale titelproductie in Spanje sinds
die tijd 2½ keer zo groot is geworden (van ca. 20.000 in 1968 naar
rond de 50.000 in de jaren negentig). Verhoudingsgewijs was het percentage
Nederlands-Spaanse vertalingen in 1968 dus zes keer zo hoog als dertig
jaar later. Het lijkt er dan ook op dat de Buchmesse en vooral Liber voor
het Nederlandse taalgebied geen enkel positief effect hebben gehad.
4. Motieven voor
publicatie
Hoe
komt het nu dat het aandeel van onze vertaalde werken in Spanje zo beperkt
blijft, en wat is daar aan te doen?
Je
zou je natuurlijk kunnen afvragen of de Nederlandse literatuur wel interessant
genoeg is, of het soms ontbreekt aan kwaliteit. Dat lijkt niet zo voor
de hand te liggen; in Duitsland bijvoorbeeld is de Nederlandse literatuur
de laatste jaren een groot succes. Wel zou het kunnen dat onze literatuur
in Spanje niet zo'n herkenbaar eigen gezicht heeft, in tegenstelling tot
bijvoorbeeld de Scandinavische literatuur.
Er is een paar jaar geleden door Marjan Oostenbrink een klein onderzoek gedaan naar de criteria die Spaanse uitgevers van uit het Nederlands vertaalde literatuur hanteren bij het al of niet publiceren van een vertaling. Uit dat onderzoek komen, naast de literaire kwaliteit, een aantal factoren naar voren.
2. Een buitenlands boek maakt op de Spaanse markt meer kans als het al in andere Europese talen vertaald is en succes heeft. Dit wordt bevestigd door ander onderzoek. Inderdaad zijn verreweg de meeste in Spanje vertaalde Nederlandstalige werken eerder in andere talen uitgekomen. Hier wordt ook wel reclame mee gemaakt. Zo staat bijvoorbeeld op de Spaanse binnenflap van Las leyes van Connie Palmen: "Un éxito de ventas en su país y ya traducido al francés, inglés e italiano."
3. Het te vertalen werk moet 'iets nieuws' toevoegen en niet te specifiek op Nederland gericht zijn. Zo zegt Sigrid Kraus van Emecé over Gris, blanco, azul van Margriet de Moor: "La literatura holandesa se distingue porque es bastante cosmopolita. (...) 'Gris, blanco, azul' se puede entender sin haber estado en Holanda jamás (...)."
4. Het is positief als de auteur een interessante persoonlijkheid is die zichzelf kan promoten in Spanje, bijvoorbeeld door interviews te geven. Daarmee verklaart vertaler Francisco Carrasquer de Spaanse roem van Cees Nooteboom; hij zegt over het succes van twee vertalingen: "Es que Nooteboom estaba en España entonces, y hablaba con editores y gente literaria, se movía, y hace falta esto, que el autor se mueva." Niet voor niets werden voor de manifestatie Liber '95 in oktober 1995 achttien Nederlandse en Vlaamse schrijvers naar Barcelona gehaald om zich aan de pers te presenteren en meer contacten met uitgevers en critici te leggen.
5. Naast interviews en boekpresentaties spelen natuurlijk ook recensies in de media een belangrijke rol in de publiciteit. Het aantal recensies van Nederlands-Spaanse literaire vertalingen was traditioneel laag, maar het lijkt de laatste jaren enigszins toe te nemen. Dit geldt vooral voor in Spanje al enigszins gevestigde namen als Haasse, Nooteboom en Claus en (relatief jonge? aantrekkelijke?) schrijfsters als Margriet de Moor en Connie Palmen, die steevast met een charmante foto op de kaft en in de krant komen.
6. Of een boek een Nederlandse prijs heeft gekregen, zeggen Spaanse uitgevers van weinig belang te vinden. Waardering in de ene cultuur hoeft niet automatisch in de andere te gelden. Toch kreeg bijvoorbeeld Margriet de Moors Gris, blanco, azul een omslagje waarop nadrukkelijk vermeld staat dat de schrijfster de AKO-prijs 1992 heeft gekregen, "el más importante de Holanda". Een internationale prijs scoort uiteraard hoger. Zo wordt in elk stuk over Claus en Mulisch wel een keer gerefereerd aan hun potentiële Nobel-prijskandidatuur.
7.
Een laatste puntje dat meespeelt bij publicatie in Spanje is dat het goed
uitkomt wanneer een boek past in een bestaande thematische reeks van de
uitgeverij, bijvoorbeeld de 'Narrativas históricas' van Edhasa,
waar de historische romans van Hella Haasse in uitgekomen zijn, of de essayreeks
'Ideas' van Península, die Nootebooms La desaparición del
muro opnam.
Nooteboom
is overigens een goed voorbeeld om de populariteit van een Nederlandse
auteur in Spanje te verklaren, omdat bijna alle bovengenoemde motieven
daarin samenkomen: hij wordt literair gewaardeerd, wat o.a. blijkt uit
goede recensies, was al in veel talen vertaald voordat dat in Spanje gebeurde,
hij wordt kosmopolitisch genoemd, heeft diverse literaire prijzen gekregen
en is actief betrokken bij promotietoernees in Spanje, waar hij een deel
van het jaar woont.
5. Informatie
en waardering
Wat
is er nu te doen aan die zwakke uitstraling van de Nederlandstalige literatuur
in Spanje? Je zou aan een paar punten kunnen denken:
2. Een andere mogelijke reden voor het gebrek aan succes: schort het soms aan de kwaliteit van de vertalingen? In recensies wordt nogal eens geklaagd dat iets in het Spaans 'niet zo soepel loopt' of dat constructies 'niet authentiek aandoen.' Deze kritiek heeft vermoedelijk wel een kern van waarheid, die samenhangt met de geringe materiële waardering voor het vertaalvak. Literair vertalers in Nederland hebben het met hun tien-komma-nog-wat cent per woord al niet breed, maar in Spanje verdienen ze vaak minder dan de helft, of zelfs een derde van dat bedrag. Dit werkt in de hand dat veel vertalers, ook als ze goed zijn, hun werk moeten afraffelen om nog enigszins aan een bestaansminimum te komen. Ook voorzitter Esther Benítez van de Sección Autónoma de Traductores de Libros heeft herhaaldelijk op dit probleem gewezen.
6. Conclusie
Dus,
hoe komt het nu dat de Nederlandstalige literatuur in Spaanse vertaling
al jaren zo'n marginale positie inneemt? Een duidelijk antwoord op deze
vraag heb ik niet gevonden, want aan de belangrijkste randvoorwaarden is
in feite voldaan: de informatievoorziening aan uitgevers is toereikend;
er zijn in veel gevallen subsidies beschikbaar; er is voldoende Neder-landstalige
literatuur van goede kwali-teit, die althans bewezen heeft ook in andere
talen succesvol te zijn; er zijn tegenwoordig goed opgeleide Spaanse vertalers
uit het Nederlands - niet veel maar, naar het zich laat aanzien, vooralsnog
genoeg voor de vraag die er is.
Iets waar nog wél behoefte aan lijkt te bestaan is een duidelijkere profilering van onze literatuur in Spanje, maar hoe bereik je dat? Het Produktiefonds heeft plannen om een literatuur-geschiedenis van het Nederlands voor de buitenlandse markt te laten vertalen, zodat uitgevers en recensenten een referentiepunt hebben. Het zou zinvol zijn om zo'n boek ook in het Spaans uit te brengen en in brede kring te verspreiden. Een ander punt is dat Nederlandstalige auteurs zelf een grotere rol kunnen spelen bij de promotie van hun boeken, zoals Nooteboom. Het ligt echter niet voor de hand dat zij massaal naar Spanje zullen trekken om uitgevers en media ter plekke te woord te staan. Wachten op een internationaal prestigieuze prijs dan?, nog een factor die de belangstelling kan aanzwengelen. Dat kan echter lang duren. Ondersteuning voor een betere financiële positie van vertalers in Spanje? Dat zou zeker helpen, maar ook zo'n beleid is lange-termijn-werk. Bovendien heeft Liber '95 geen follow-up gekregen in Spanje: permanente promotie van onze literatuur wordt te duur gevonden.
Helaas moet ik, geheel tegen mijn aard in, dan ook pessimistisch eindigen: als een Nederlandstalige auteur niet snel de Nobelprijs in de wacht sleept, voorzie ik dat de kennis van onze literatuur bij het Spaanse publiek beperkt zal blijven tot El diario de Ana Frank.